Home
Verhalen
van Dordrecht
Plattegrond
Verhalen
van Dordrecht
 
Het spoor van weleer
 
Bij mij herleefde wederom het voormalige NS-Spoorhuis boven op de hobbel van de Crayensteinstraat, waarin tijdens mijn prille jeugd die zo grote familie Dokman woonde, waarvan de vader spoorbaanwerker was en de moeder - hoe bestaat het dat het bestond - overwegwachtster. De zo kloeke moeke draaide daar gedurende vele jaren handmatig de spoorbomen naar beneden en omhoog om zowel vele passagiers als goederentreinen te laten passeren. Deze werden toen nog getrokken door enorm grote stoomlocomotieven, die haar tijdens haar werk keer op keer met grote kracht stoom, roet en smeerolieflarden in het gezicht bliezen. Echter, Ma Dokman was gepokt en gemazeld in haar beroep, en torste daardoor een zekere onverschilligheid in haar geestelijke bagage mee, er kennelijk van uitgaande: d'r bestaat maar één soort mooi werk en da's vuurwerk, en da's nou net niét hier en nu.
Tussen dit alles door zag ik haar ook veelal biezebazen rondom en in haar huis, inzake de pittige huishouding voor echtgenoot en vele levensgrote zoons en dochters. Maar óók de kippen voeren, eieren rapen en met de zeis langs de spoordijk gras maaien voor de konijnen hoorden tot haar bezigheden, waarnaast een grote moestuin eveneens de nodige aandacht vergde. Kortom, een vrouw om op te bouwen én om van te houwen! Voorzien van de rugspieren van een buffel en longen met de inhoud van een Zeppelin, en met nog geen kraakje in de knieën. Mijn vader zaliger zei destijds over haar: 'Op zo'n stoomwals van een vrouw moeten ze zuinig zijn bij de NS, want daar hebben ze er maar één van - tenminste, in deze contreien!' De aloude wandtegelwijsheid 'Zuinigheid en vlijt bouwen huizen als kastelen, maar luiheid en slonzigheid baren luizen als kamelen', had deze vrouw hoog in haar vaandel staan. Apert zichtbaar door het feit dat haar dienstwoning een ware lust was voor het oog, daar haar spic en span gelapte vensters immer glommen als een hondenkul in de maneschijn, vrolijk ogend gelardeerd door velerlei frisrode geraniums.
Vakantie was er voor Ma Dokman niet bij, omdat die spoorwegovergang en zij zeven dagen per week tot elkaar waren veroordeeld. Het wegverkeer was in die jaren nog niet zo hectisch als vandaag de dag. Tweemaal per uur passeerde daar een lijnbus van de Eerste Dordtse Autobusdienst (EDAD), verder slechts enige personenauto's en vrachtwagens. Paard en wagen, handkarren en bakfietsen waren toen nog veel meer in zwang, waarnaast voetgangers en fietsers grotendeels het toenmalige verkeersbeeld bepaalden. Rust alom derhalve, behoudens op de zondagmiddagen, wanneer er op het nabij gelegen Gemeentelijke Sportpark voetbalmatches werden gespeeld op het scherp van de snede. (De voetbalclubs Emma en ODS - nu tezamen met ASW SC Reeland geheten - hadden daar destijds reeds hun domicilie.) Dan passeerden er drommen opgefokte supporters van zowel binnen als buiten de stad 'haar overweg', met wie zij qua gevaarlijk passeergedrag nogal 'es wat merakels te stellen had, zoals het tussen de neergelaten spoorbomen door lopen, met alle risico's van dien. Want die gasten hadden altijd wel een slok op, of ze nou gewonnen of verloren hadden, en dán kwamen ze vrouwtje Dokman wel duchtig tegen, die beslist niet ziekelijk van bescheidenheid op haar allereigenste overweg nóóit over zich liet lopen.

Bob Kattemölle



overwegwachtster
stoomlocomotieven
gepokt en gemazeld
zeis
stoomwals
dienstwoning
spoorwegovergang
Paard en wagen
SC Reeland